Edumare

Edumare

DRAAI DE VERREKIJKER OOK EENS OM

Kijk je door een verrekijker dan zie je alles dichterbij.
Dat is leuk.
Maar draai daarna de verrekijker ook eens om, zodat je alles van veraf nóg eens kunt bekijken, maar dan nét een beetje anders.

HELP! EEN MOEDER IN HET KOREN...

natuurPosted by Truus Manders-Scheres 27 May, 2018 15:33:19

MOEDERKOREN

Op een Assyrisch kleitablet – zo’n 3000 jaar oud, werd geschreven over slachtoffers die ledematen verloren, de meest verschrikkelijke hallucinaties kregen of krankzinnig werden. Zwangere vrouwen kregen miskramen en veel mensen stierven.

In heel Europa, 1000 jaar geleden, sprak men van een epidemie. Alleen al in Parijs werd een aantal genoemd van 40.000 slachtoffers, allemaal vergelijkbaar met de bovenstaande symptomen.

Zelfs nog in 1951 vielen in Frankrijk 7 doden, werden 50 mensen opgenomen in een psychiatrische kliniek en moesten 250 mensen worden behandeld, omdat één boer, één molenaar en één bakker niet goed had opgelet.

Wat was hier toch aan de hand? Wel, al die mensen hadden roggebrood gegeten, waarvan het meel besmet was met moederkoren. Dit was geen graan, of koren, maar de levensgevaarlijke schimmel Claviceps purpurea, die vooral van rogge houdt. Deze schimmel maakt zeer giftige stofjes aan. De molenaar kan het nauwelijks zien, want de schimmel maakt een zwammetje, dat precies lijkt op een graankorrel. Het zijn zwarte uitsteekseltjes in de korenaar. Deze schimmel maakt zeer giftige stofjes aan, enkele grammen al hebben grote gevolgen.

Tegenwoordig komt moederkoren niet veel meer voor. In de landbouw worden de schimmels met chemische middelen bestreden. De biologische rogge wordt goed geschoond en er wordt ook gekozen voor soorten die minder gevoelig zijn voor deze schimmel.

Willy Moors, Schouwsmolen Ittervoort.





NACHTELIJK VERKEER IN HET VIJVERBROEK

natuurPosted by Truus Manders-Scheres 20 Dec, 2016 19:51:13

In de nachtelijke uren is het druk in het Vijverbroek. Niet dat het mijn gewoonte is daar ’s nachts rond te dolen, maar er zijn allerlei individuen die, zonder het zelf in de gaten te hebben, hun sporen achterlaten.

In het natte maisveld, waar de ploeg nog niet is geweest, staan de pootafdrukken van het wilde zwijn. Even dacht ik dat er een wezen met vier tenen had gelopen, maar daar kwam een verklaring voor. Het zwijn drukt zijn achterpoten precies op de plek van de voorpoten bij de vorige stap, dat betekent minder risico bij een zachte ondergrond. Een volwassen dier kan toch al gauw 150 kg wegen.

Mocht er nog twijfel zijn over de vermeende aanwezigheid, de poep, in de vorm van aan elkaar geregen zwarte schijfjes, bevestigt hun nachtelijke tocht.

Over poep gesproken, in hetzelfde veld verraden ronde keuteltjes de konijnen. Zij waren hier vast om de zon op te zien komen.

Afgekloven stammen, in de vorm van een potlood, zorgvuldig geschild met twee messcherpe voortanden… juist, de bever. Hij heeft de afgelopen nacht weer hard gewerkt om een geul in zijn dam te dichten met hout en modder. De natte klei blinkt in het licht dat door de bomen valt. Het vellen van een grote boom is voor hem een koud kunstje. In het bos komen hierdoor open plekken, waar weer andere planten kunnen groeien, en zich andere dieren kunnen vestigen. Goed voor de soortenrijkdom.

De bever is een knappe architect, de veel geroemde Nederlandse deltawerken verbleken bij zijn kunstige burcht. Hij bouwt in zijn burcht een natte en een droge kamer. In de natte kamer leert hij de jongen zwemmen, veilig voor roofvissen zoals de snoek. Ook schudt hij er zijn vacht uit, voor hij de droge nestkamer betreedt. De ingang van de burcht is onder water. In het moeras zijn de wissels duidelijk te zien, een soort paadjes waar hij in of uit het water komt. Verse sporen vertellen dat hij er pas nog is geweest.

Een bever sjouwt de hele nacht rond op zoek naar voedsel: twijgen en boomschors in de winter, ’s zomers kruiden, planten en scheuten van jonge waterplanten. Voor de winter legt hij een voorraadje takken aan, dicht bij de ingang van de burcht. Hem kan niets gebeuren. Nou ja, niets, dat is een beetje veel gezegd. De komst van een andere mannetjesbever kan ontaarden in een gevecht op leven en dood.

De tocht gaat verder. Sporen van het ree, smal, gezet met fijngebouwde teentjes, met ook de keuteltjes her der, laten zien dat ook zij van de partij zijn geweest. Kieskeurig als ze zijn, zullen ze lekker aan de door hen zorgvuldig uitgekozen blaadjes of kruiden hebben geknabbeld.

Voetsporen van het everzwijn leiden naar een afdak van takken en struweel. Tussen de stammen is de plek te zien waar een everzwijn tegen een ontblote boomwortel aanschurkt, niet één keer, maar telkens weer. Het hout is erdoor gepolijst.

Je kunt de zwijnen heel goed ruiken, een typische geur van gerookte hesp hangt boven de omgewoelde grond. Hier is het blijkbaar goed modderbaden.

Dan pas zie ik het aangrenzende weiland: omgeploegd door zwijnensnuiten, op zoek naar… ja, naar alles, eigenlijk. Ze eten zaden, knollen, gewassen. Maar ook kevers, wormen of kleine dieren. Ze woelen de grond om, op deze plekken krijgen plantenzaden weer een kans om te gaan groeien.

De vele sporen verraden de aanwezigheid van allerlei dieren in de afgelopen nacht of ochtendschemering.

Dit was het thema van een wandeling die werd georganiseerd door Natuurpunt. Een woord van dank aan Jos de la Haye, maar ook aan alle anderen die hun kennis met ons wilden delen.



Kun je het verleden beleven?

geschiedenisPosted by Truus Manders-Scheres 26 Jul, 2016 13:34:42


Mensen willen hun verleden kennen. In de leefomgeving is dat verleden vaak nog tastbaar aanwezig, denk aan oude woorden uit de moedertaal of aan benamingen van percelen, beken of wegen. De Galgenberg in Neeritter was de plek waar in een ver verleden de veroordeelden werden gehangen, in de Mortel in Ittervoort werd ooit zand gewonnen. Zonder ons daarvan bewust te zijn, leven we midden in de geschiedenis.

Hebben we er iets aan om dat verleden te kennen? Kunnen we daar iets van leren? Kunnen we die kennis gebruiken, bijvoorbeeld bij het nemen van beslissingen in deze tijd?

Wat moeten we met de kennis van het verleden? Moeten we proberen om alles te onthouden, alles vast te houden?

Er zijn verschillende manieren om naar de geschiedenis te kijken. In het boekje “Snelweg naar Rome” (2013, Amsterdam) buigen enkele jonge historici zich over het nut van de geschiedschrijving. Kun je in dat verleden een systeem ontdekken? Kun je met dat systeem ook de toekomst voorspellen?

Moderne historici geven aan dat de geschiedenis ons leert dat je de toekomst juist níet kunt voorspellen. De toekomst is altijd open, die openheid moeten we ook in het verleden zoeken. Hier is een duidelijk voorbeeld van te geven uit de Tweede Wereldoorlog. Toen de eerste krijgsgevangenen bij de Zonhoeve in Neeritter aankwamen in 1940, kon de familie van Neer van de Vin nog niet vermoeden dat hun boerderij een belangrijke schakel in de pilotenlijn zou worden. Met deze gedachte blijvend in het achterhoofd kan naar de ontwikkelingen worden gekeken, iedereen handelde vanuit de situatie op dat moment.

Twee opeenvolgende jaren heeft een werkgroep in Neeritter een belevingstocht georganiseerd met de middeleeuwen als thema: terug in de tijd toen Neeritter onderdeel was van de Drie Eigen, evenals Kessenich (B) en Thorn, een aantal jaren onder de vlag van de familie Van Heinsberg. Bij het ontwikkelen van het thema diende zich de vraag aan: hoe kijk je naar de Middeleeuwen? Janna Coomans schreef hierover een artikel in bovengenoemd boek. Zij benoemt twee manieren waarop je naar de Middeleeuwen kunt kijken.

Je kunt die tijd spiegelen aan de onze, met de nadruk op het wrede, het smerige of het exotische. Een tijd die een romantisch beeld zou kunnen oproepen: geen industrie, alle ruimte voor de natuur. Een tijd waarin de intermenselijke verhoudingen klip en klaar waren, een patriarchale samenleving met de hoofdrollen voor de adel en de kerk. Er zijn veel bekende vertellingen en games die binnen dit kader spannende en populaire verhalen presenteren. “The Lord of the Rings” door Tolkien of “Games of Thrones” zijn wereldwijd heel gewild bij het publiek, zij steken in op een middeleeuwse wereld die helemaal vreemd is aan de onze.

Je kunt ook het verleden benaderen door te kijken naar overeenkomsten. Hoe was toen het leven van de gewone mensen in hun alledaagse werkelijkheid? Een van de grote Nederlandse pleitbezorgers voor meer onderzoek naar het dagelijks leven van de gewone mensen in de Middeleeuwen is Peter Raedts. Hij is van mening dat in het onderzoek van nu te veel het accent ligt op zaken die zich afspeelden in de marge van de tijd of binnen kleine extravagante minderheden.

Kunnen wij ons verbonden voelen met de gewone middeleeuwse mens die leefde in onze streken? Met zijn emoties, zijn alledaagse beslommeringen en de zorg voor elkaar? In het thema van de belevingstocht: verbonden met de kruidenvrouw die haar kennis doorgeeft in de zorg voor het welzijn van het dorp, met de turfstekers, de wasvrouwen of de boeren? Met de kinderen, die het nieuws al vooruit snellen? Met de bruine paters, die zich vasthouden aan de oeroude rituelen en zekerheden van het geloof in hun gezang? Anderzijds, kunnen we ook de zorg van de adel invoelen om hun aan familiebezittingen en machtsposities vast te houden of deze zelfs groter te maken? Om macht en kennis alleen op díe plaats te houden waarvan zij van jongs af aan hebben geleerd dat ze thuis zouden moeten horen?

Tenslotte dient de vraag zich aan wat het publiek met een uitbeelding van de Middeleeuwen kan. Wat leren mensen hiervan? Deze vraag kan de werkgroep natuurlijk niet beantwoorden. In elk geval heeft de belevingstocht verbondenheid gebracht in de dorpsgemeenschap; een verbondenheid waarvan wij vermoeden dat die ook in de middeleeuwse samenleving aanwezig en noodzakelijk was, en door alle acteurs en medewerkers zichtbaar is gemaakt.

De toekomst is open, maar onderlinge verbondenheid kan de toekomst wél een duwtje in de goede richting geven.



Er zijn geen woorden voor

geschiedenisPosted by Truus Manders-Scheres 21 Apr, 2016 23:14:28

“Het was herfst 1944. Ik verbleef al verschillende maanden in Auschwitz. Door de lange marsen in de zon en het eindeloze staan in de modder waren mijn schoenen totaal versleten. Er was maar één manier om nieuwe te krijgen: vragen om andere schoenen aan de kampopzichter. Zij zou de volgende morgen met mij naar de “schoenenopslagplaats” gaan.

De volgende morgen nam ze mij – met nog vier andere meisjes – mee naar de andere kant van het kamp. Daar lag een enorme berg schoenen. Sommige van deze schoenen waren meegenomen door pas aangekomen mensen, meegebracht in hun koffer of aan hun voeten. Hier waren ook schoenen van mensen die naar de gaskamers waren gestuurd, of mensen die waren weggestuurd, wie weet waar naartoe.

Er lag niet alleen een berg schoenen, maar ook een berg brillen, kleren, koffers, en nog veel meer.

De gevangenen die alles moesten sorteren hadden geluk, zij konden voor zichzelf het beste uitkiezen. De schoenen waren alleen gesorteerd op maat, niet op kleur of model. Eén linker en één rechterschoen in dezelfde maat, dat werd als een paar aan elkaar gebonden. Uit deze enorme berg nam ik een paar schoenen in mijn maat die sterk genoeg leken, en daarmee was ik best tevreden. Wij waren gewend aan zulke schoenenparen. Je zag zelden een gevangene met een écht paar schoenen.

De volgende morgen liepen wij zoals gewoonlijk weer uren lang naar ons werk, vijf meisjes naast elkaar, met daarachter en daarvoor honderden anderen. Ik keek naar al die marcherende benen. Wat zag ik daar, een heel eind weg in de rij? De bruine schoen die past bij míjn bruine! Ik werd helemaal opgewonden, en kon bijna niet wachten tot we op de plaats van bestemming waren. Toen ik haar uiteindelijk vond, en vroeg om haar bruine schoen te ruilen tegen mijn zwarte, bleek dat zij ook op zoek was naar het bruine paar… Elke morgen als we elkaar zagen maakten we ruzie. “Geef die bruine schoen”. “Nee, geef jíj die bruine schoen maar.” Zonder resultaat.

Na een tijdje zag ik haar niet meer. Wat zou er gebeurd zijn? Na een week bracht een ander meisje mij de ontbrekende bruine schoen. De eigenaresse van deze schoen lag in de ziekenbarak. Zij verwachtte niet dat ze nog beter zou worden, er nog levend uit zou komen. Daarom had ze besloten om mij de schoen te laten bezorgen, zo had ik tenminste nog een écht paar schoenen.”

(Dora Sorell, 17 maart 1984).

In de opmars naar de meidagen is er veel aandacht voor de Tweede Wereldoorlog. Zowel radio als televisie, internet of kranten, de media staan er vol van. De holocaust is een thema dat heel veel vragen blijft oproepen. Hoe kunnen mensen zich een voorstelling maken van de gebeurtenissen in de kampen? Er waren vaak geen woorden voor om de werkelijkheid te beschrijven, de mensen wilden het niet horen, of ze geloofden het niet. Schrijvers moesten een manier zoeken om de lezer te bereiken, zonder dat hij het boek na enkele bladzijden gelezen te hebben aan de kant schoof. Ieder deed dat op eigen wijze.

Primo Levi schreef als wetenschapper, hij analyseerde zijn kampervaringen. Elie Wiesel probeerde een antwoord te krijgen op hoe mensen in beesten konden veranderen, hij wilde begrijpen. Ook verschenen er gedichten. Paul Celan schreef zijn beroemde “Todesfuge”.

André Schwartz-Bart brengt je in zijn boek “De laatste der rechtvaardigen” tot in de ziel van zijn hoofdpersoon. Voor iedereen bekend is de film van “Schindlers list”, naar een boek van Thomas Kenaelly, waar het karakter van de hoofdpersoon de rode draad is.

Op 31 maart 2016 overleed Imre Kertész. Zijn boek “Onbepaald door het lot”, werd verfilmd. Hij geloofde niet zo zeer in het lot, maar in het feit dat de mens zelf stappen moest zetten. Eigen keuzes maken hem tot slachtoffer of tot dader. Geza Rohrig probeerde in 2015 met zijn film “Son of Saul” zo dicht als mogelijk bij de werkelijkheid te komen.

De verhalen van Dora Sorell, waaronder “A pair of shoes”, brachten mij bij de altijd weer terugkerende vraag: hoe kun je kinderen vertellen over deze zwarte bladzijden uit de geschiedenis? Haar verhaal over de schoenen leert ons daar iets over. Niet de verhalen vol gruwelen en sensatie moeten we vertellen, maar de verhalen die over de kleine, menselijke dingen gaan. Als je kunt leren om door deze verhalen heen te kijken, kun je misschien een glimp opvangen van hoe het geweest moet zijn.

De volgende uitspraak van Imre Kertész deed veel stof opwaaien: “Wij mensen zijn in staat om alles te overleven. Zelfs daarginds, bij de schoorstenen van Auschwitz, was er, als de kwellingen aflieten, iets geweest wat je met geluk zou kunnen vergelijken.” "Iedereen had het over ontberingen en 'gruwelen', maar die kleine gelukservaringen waren het belangrijkste geweest."

Op veel verschillende manieren is er geschreven over de Holocaust, dat geeft ons als lezer de kans om met allerlei invalshoeken kennis te maken. Zo kunnen we ons beeld verbreden, ook nu nog. Als eerbetoon aan de mensen die zo hebben geleden, maar ook om meer grip proberen te krijgen op vragen uit deze tijd.





Help, de pronkboon zit mij achterna

natuurPosted by Truus Manders-Scheres 07 Apr, 2016 14:42:34

Je zou vreemd opkijken bij die kreet. Kunnen planten achter je aan zitten? Kunnen planten je vastpakken? En, nu we het er tóch over hebben, wat kunnen planten nog meer? Daarover vertellen STEFANO MANUSCO en ALESSANDRA VIOLA in een heel leuk boek.

“Planten hebben toch geen handen en geen voeten?” zul je roepen, “ze hebben toch geen oren, ogen of een neus?” maar… misschien hebben ze die ook helemaal niet nodig.

Práten met je planten, daar zweren sommigen bij. Maar planten hebben toch geen oren? Uit proeven is gebleken dat planten gevoelig zijn voor geluid. De plantenwortels kunnen geluidstrillingen waarnemen die in de grond altijd aanwezig zijn. Een soort disco die nooit stopt. Ze kunnen er ook op reageren: sommige trillingsfrequenties vinden ze aantrekkelijk, daar groeien ze naartoe, andere frequenties vinden ze maar niks, die ontwijken ze liever.

En dan nu de zonnebloem, in het Frans le tournesol, die zich altijd in de richting van de zon draait. Net zoals ook de kamerplant aan het raam zoekt hij het licht op: als je hem niet regelmatig omdraait groeit hij helemaal in één richting. Hij wil maar één kant uit: naar het licht! Een plant heeft geen ogen, maar kan wel licht waarnemen. Hij weet uit welke richting dat komt, én welk licht voor hem het beste is.

Een plant met een neus zoals wij – die zul je niet tegenkomen. Toch zijn onderzoekers aan de weet gekomen dat planten niet alleen geuren kunnen máken – dat wist jij ook al lang – maar ook geuren kunnen waarnemen. Geuren zijn chemische stofjes die de lucht in worden gestuurd. Planten maken geuren om insecten naar hun bloemen te lokken, maar ook om planteneters af te schrikken: bah wat vies…. Planten die last hebben van stress kunnen dat laten weten: “Met mij gaat het niet zo goed…” Ze maken een stofje dat ongedierte verjaagt, of zelfs vergiftigt.

Ook hebben planten cellen die geuren kunnen waarnemen, kunnen “ruiken” .

Plantenwortels zijn kleine wondertjes. Worteltopjes proeven waar de voedzaamste stoffen in de bodem zitten. Daar gaan dan héél veel wortels groeien, zodat de plant groot en sterk wordt. Voelen de worteltopjes een hindernis in de grond, dan vinden ze feilloos een betere weg. Maar niet alleen de wortels van een plant hebben gevoel.

Ken je het kruidje-roer-me-niet? De naam zegt het al: “raak me niet aan”. Wat gebeurt er als je het tóch doet? In de bladeren van het kruidje-roer-me-niet zitten celletjes die voelen als ze worden aangeraakt. Floep, de blaadjes klappen onmiddellijk in elkaar. Wat wil de plant daarmee vertellen? “Ik ben helemaal niet lekker…”, of: “Pas op, ik ben giftig hoor!” Het wonderlijke is dat het plantje de blaadjes alleen maar in elkaar klapt als er een gevaar dreigt. Als ze worden aangeraakt door de regen of de wind laat het kruidje-roer-me-niet zich niet foppen, dan doen de blaadjes helemaal niets.

Het kan nog spannender! De zonnedauw heeft kleine insectenvalletjes, waar heerlijk zoete druppels op zitten. Als een argeloze vlieg daarvan wil snoepen, klapt het valletje dicht en wordt door de plant verteerd.

En dan nu de pronkbonen. Zij hebben kleine “armpjes”. Alles wat ze tegenkomen grijpen ze vast, en zo werken ze zich al groeiend de hoogte in, zonder een stam nodig te hebben. Dit noemen we klimplanten.

Zo, nu weten we dat planten ook intelligent kunnen zijn. Dat ze kunnen zien, horen of voelen, maar dan op een heel andere manier dan wij dat doen. En dat gebeurt ook op heel andere plekken: onze ogen, oren, mond en neus zitten dicht bij elkaar in het hoofd, maar de celletjes waarmee planten licht of geluid kunnen waarnemen, of een aanraking kunnen voelen, zijn overal in de plant: in de bladeren en de bloemen, in de stengel of de wortelcellen. Als een dier er een hapje uit neemt, is dat helemaal niet zo erg.

Heb je een plant in jouw kamer, of misschien wel een eigen tuintje, dan weet je nu dat deze planten véél meer kunnen dan je had gedacht.






Mwah, geschiedenisles

geschiedenisPosted by Truus Manders-Scheres 21 Mar, 2016 23:57:56

MWAH, GESCHIEDENISLES…

Een vaak gehoorde verzuchting van leerlingen. Hier ligt een uitdaging, nietwaar?

Het geschiedenisonderwijs is volop in het nieuws. Het eindrapport van de commissie-Schnabel - “Onderwijs 2032” - roept de vraag op: moet geschiedenis als schoolvak blijven?

De commissie pleit ervoor om het vak geschiedenis onder te brengen in één van de drie beoogde kennisdomeinen, “mens en maatschappij”. Dan zullen de lessen over geschiedenis gaan als het nuttig is om hedendaagse thema’s te verklaren.

Er zijn veel reacties te lezen van voorstanders van apart geschiedenisonderwijs, o.a. van Maria Grever in Trouw van 11 maart jl. en Ton van der Schans in De Volkskrant en het Reformatorisch Dagblad van 15 maart. Beiden zien dit advies als iets wat de vakdocenten niet willen en de leerlingen geen voordeel zal opleveren. In het kort enkele gedachten hieruit.

Geschiedenis gaat altijd over mensen. Verhalen uit het verleden kunnen verwondering, verbazing, maar ook boosheid en ergernis oproepen. Wie bezig is met het verleden, moet open staan voor andere mensen en vreemde culturen uit andere tijden. Dan is het belangrijk om een andere bril op te zetten: hoe kunnen we mensen van vroeger niet beoordelen, maar leren begrijpen. Leren kijken door de ogen van een ander. Wie dat kan, kan ook kijken naar zichzelf, en ontwikkelt daarmee zijn eigen persoonlijkheid.

Mensen en volken zijn gevormd door gebeurtenissen en ontwikkelingen in het verleden. Mensen hebben keuzes gemaakt, hebben dingen gedaan die gevolgen hadden voor de toekomst. Sommige dingen bleven hetzelfde, sommige veranderden. Door dit te leren zien, ontwikkelt de leerling historisch besef.

Is het verleden een confrontatie met een “vreemd land”, dan moet er worden geleerd om dat te verkennen en te begrijpen. Er kan op allerlei verschillende manieren naar gekeken worden, vanuit allerlei hoeken: politieke, sociale, economische of godsdienstige. Belangrijk is om te leren zien vanuit welke hoek een eigen standpunt komt.

Om je te kunnen oriënteren in het verleden is er een ruggengraat nodig: kennis van verschillende tijdvakken waarin mensen, gebeurtenissen en voorwerpen geplaatst kunnen worden.

De commissie stelt dat leerlingen “kennis van de wereld” nodig hebben, om die wereld beter te leren begrijpen. Maria Grever: “Zonder geschiedenislessen zullen ze blind door de wereld varen.”

Dan nu de uitdaging: hoe kun je leerlingen bezig laten zijn met het verleden op een manier die hen boeit?



ONTGROENING

zorg voor de omgevingPosted by Truus Manders-Scheres 09 Mar, 2016 16:50:45

In de dorpen van Leudal vindt een stille revolutie plaats. Gretig slokt een hakselaar takken en twijgen - die de blad- en bloemknoppen nét klaar hadden voor het nieuwe seizoen - op.

Geld verslindend groen maakt plaats voor... ja, voor wat, eigenlijk?

Gelukkig zijn de gemeentegrenzen dichtbij. Laten we de vogels een visum geven voor het buitenland en hommels en bijen een werkvergunning voor een aanpalende gemeente.

Ach, het is maar voor drie jaar, aldus de gemeente, daarna kunnen we het groenonderhoud weer zelf betalen.



WERK AAN DE WINKEL!

natuurPosted by Truus Manders-Scheres 05 Mar, 2016 15:04:56

Op 22 februari 2016 werkten leerlingen van basisschool ICARUS uit Kessenich samen met de mensen van Natuurpunt in het Vijverbroek. Ploeteren in de modder onder een stralend zonnetje.

smiley



Next »